Dag van het Gezin
Ieder jaar is de Internationale Dag van het Gezin op 15 mei, uitgeroepen door de Verenigde Naties. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het belang van gezinnen en familie.
Een hecht gezin creëert een gevoel van verbinding. In het onderwijs wordt er veel aandacht besteed aan de betekenis van het woord ‘gezin’ in verschillende culturen.
Voor sommige gezinnen is het lastig om een goede balans te vinden tussen beschermen en loslaten, structuur, regels, verantwoordelijkheden, plezier, etc.
Dit benadrukt de noodzaak voor professionals om alert te zijn op de verschillende gezinsvormen en moeilijkheden waar een gezin tegenaan kan lopen. Dit kan namelijk samengaan met schaamte en onwetendheid, wat kan leiden tot ongezonde patronen binnen gezinnen.
De Dag van het Gezin klinkt misschien als iets waarbij je ’s ochtends wakker wordt en denkt: oh ja, vandaag moet ik even extra gezin doen. Alsof je normaal gesproken een halfslachtig gezin bent, maar vandaag ineens voluit.
Wij probeerden ons voor te stellen hoe zo’n dag eruit ziet in verschillende huishoudens:
In het klassieke gezin (twee ouders, twee kinderen, eventueel een hond die Max heet) begint de dag met een gezamenlijk ontbijt. Iemand zegt: “Wat gezellig zo met z’n allen.” Niemand reageert, want iedereen zit op z’n telefoon. De hond kijkt betekenisvol.
In het samengestelde gezin is het ontbijt logistiek ingewikkelder. Iemand vraagt: “Bij wie zijn wij dit weekend ook alweer?” waarop iemand anders zegt: “Dat hangt ervan af hoe je ‘wij’ definieert.” Er wordt een schema bijgepakt dat eruitziet als een treintijdenbord, maar dan met emoties.
In het eenoudergezin is het stil aan tafel, behalve dat de ouder af en toe hardop tegen zichzelf praat. “Heb ik nou de sleutels al gepakt?” De kinderen knikken alsof dit een volkomen normale vorm van communicatie is.
En dan heb je nog het gezin zonder kinderen, wat officieel ook een gezin is, maar waarbij je altijd het gevoel hebt dat je iets vergeten bent als je het zo noemt. Alsof je zegt: “Ik heb een sandwich gemaakt,” en dat het dan gewoon twee boterhammen zonder beleg blijken te zijn.
Wat ons opvalt, is dat het woord “gezin” een soort warme deken is die iedereen probeert over zijn eigen situatie heen te trekken, maar dat het deken soms net te klein is, of een beetje kriebelt. Je trekt ‘m over je heen en denkt: ja, dit klopt, maar ook: ergens zit er een naad die niet helemaal lekker loopt.
Misschien is dat ook wel precies wat een gezin is: een groep mensen die bij elkaar hoort, maar niet altijd logisch. Mensen die elkaars zinnen afmaken, maar soms ook elkaars yoghurt opeten zonder het te zeggen. Mensen die een groepsapp hebben waarin niemand reageert, behalve als iemand per ongeluk “oké” zegt en daarna meteen “sorry verkeerde app”.
Op de Dag van het Gezin zou je eigenlijk gewoon even moeten kijken naar wie er naast je zit (of digitaal naast je zit, in het geval van de groepsapp) en denken: ja, wij zijn dus dit. Niet per se volgens het boekje, maar wel volgens ons eigen, licht chaotische, soms onbegrijpelijke systeem.
En dan misschien zeggen: “Wat gezellig zo met z’n allen.”
Waarop niemand reageert. Omdat iedereen op z’n telefoon zit.


