Ons Dialect
In de PubliCo hebben we het graag over onze algemene kennis. Die willen we nu even verbreden door in te zoomen op onze thuisthuissteden. Hoe zit het met het taalgebruik in onder andere Rotterdam en Arnhem? We zijn allemaal even teruggegaan naar onze roots en hebben persoonlijk een stukje geschreven in het dialect van onze hometown. Geniet er van!
Rotjeknor, Roffa, 010, Manhattan aan de Maas
Het Rotterdams heeft iets heel praktisch. Woorden worden soms een beetje ingekort, klinkers krijgen een eigen leven en er is weinig ruimte voor omwegen.
Neem een zin als: “Ken net, joh.” Letterlijk betekent het niet zo veel, maar afhankelijk van de situatie kan het betekenen: ik heb geen tijd, ik heb geen geld, ik heb geen zin of vergeet het maar. Dat is behoorlijk efficiënt taalgebruik.
Onze persoonlijke favorieten hebben we effe op een rijtje gezet:
Sophie: hoe dichter bij Dordt, hoe rotter ’t wordt, wat loop je nou te liggen te doen?, Wat zeggie? Azzie val dan leggie!
Katinka: de mart, abbelement, echo in de koelkast en eigenlijk alle verkleinwoorden als tassie en meissie.
Zeeland, ‘Het Zeeuwse’
Hoewel het Zeeuws echt aan het uitsterven is, hoor je het nog wel veel terug in de verschillende dorpjes in Zeeland! Waar ik het zelf vooral terug hoorde komen was als mijn moeder met mijn opa aan het bellen was, want in tegenstelling tot het Rotterdams kunnen veel Zeeuwen zo de knop omzetten van ABN naar Zeeuws. Dan komen de termen als ‘hosternokke’, ‘laat maar doen’, ‘ik ga om boodschappen’, ‘mok ok è’ en ‘kom je langs achter?’ voorbij. Dat zijn de termen die zelfs ik nog weleens laat vallen als incognito Zeeuw.
Pas leuk wordt dat Zeeuws als er echt geen touw aan vast te knopen valt. Heb je ooit gehoord van ‘en kacheltje op den diek’? En weet je wat je krijgt als je ‘en juunbuuze’ besteld? ‘A je joekte ei, moe je krauwe’ kan ik alleen maar beamen. ‘Oe moe me noe?’ en ‘Lamaketa’ lijken al helemaal een soort toverspreuken, maar zijn er vooral door het feit dat Zeeuwen niet graag tijd verspillen en dus alles afkorten.
Als je dit nou een beetje hezemel vindt, zou ik vooral zeggen: kom een keer langs! Want de Zeeuwse bolus, Boterbabbelaar en het strand maken een hoop goed.
Alphen aan den Rijn, Allufuh, Alfus.
Môôguh! In Alphen spreken we het Alfus of Allufs. Gelukkig is dat nie zo moeiluk, het is vooral plat en dorrups.
Als mensen uit Alphen bijvoorbeeld in het centrum zijn, zeggen we dat we ‘op dorrup’ zijn. Avifauna (het vogelpark) noemen we ‘Avi’ of ‘Avifoetsie’ en de Zegerplas noemen we ‘t Meer. O0k voor de dorpen om Alphen heen hebben wij (naar mijn mening) leuke bijnamen. Zo is Ter Aar ‘Traar’ of ‘Ter Aar City’, Woubrugge ‘Woubi’ en Zwammerdam “Zwamzoeloe’.
En je ken nu denken ‘Da boei me geen reet’, maar ‘Da kennie he’! De Allufuse taal is toch zo moj, daar word juh gewoon blaihj van.
Ik vond t lagguh om dit te schrijven. Voor nu peer ik em. Doe het op z’n ellevedertigst en laters!
Liefs,
De PubliCo 25/26