Studiegebonden

Impact van corona op docenten

Lieve lezers, het onderwijs op de Universiteit Leiden ondergaat een drastische verandering. Merendeel van het onderwijs vindt online en op afstand plaats. Maar een paar geluksvogels kunnen een aantal lessen naar de Universiteit komen. Voor ons als studenten is dit een enorme verandering. In een voorgaande blog zijn we ook al ingegaan op de veranderingen van onlineonderwijs voor basisschool kinderen. In deze blog zullen we jullie een kijkje geven in het perspectief van docenten en professoren op de Universiteit Leiden.

Wij hebben een aantal vragen gesteld over fysiek en online onderwijs. Allereerst aan Hinke Endedijk, universitair docent binnen Onderwijswetenschappen, Pedagogische Wetenschappen.

Wat zijn de grootste veranderingen omtrent uw werksituatie door de maatregelen tegen het Corona virus?

Zoals ook voor alle studenten geldt is de grootste verandering dat al het werk digitaal plaats vindt. Dit betekent online lesgeven, maar ook online overleg met collega’s en online onderzoek doen.

Hoe ervaart u het thuis werken?

Het thuis werken op zichzelf is geen probleem. Ik kan goed schakelen tussen werken en “thuis zijn”. Echter, een groot deel van mijn werk bestaat uit communicatie met of tussen anderen, waar thuis werken zich niet goed voor leent. Zo bestaat onderzoek doen vooral uit kritisch denken en deze kritische gedachten vorm je door hier met anderen over te praten. Dit gebeurt vaak op niet geplande momenten waarbij je met een collega vanuit een sociaal gesprek, overleg over onderwijs, of overleg over een ander onderwerp samen op een nieuw idee uitkomt of aan het denken wordt gezet. Ook onderwijs is geen eenrichtingsverkeer waarbij ik informatie zend en de student deze ontvangt. Het is een wisselwerking tussen mij en studenten. Niet alleen pas ik mijn onderwijs aan op basis van wat studenten inbrengen, ook de non-verbale houding van studenten, hoe zij kijken, hoe ze zitten en wat ze evt. nog meer aan het doen zijn, speelt een grote rol in de invulling van onderwijs. Als ik thuis achter mijn computer zit krijg ik maar een deel van deze informatie op een klein schermpje te zien en is dit gecombineerd met de Powerpoint en eventueel andere programma’s die relevant zijn voor het onderwijs. Ten slotte gaat communicatie digitaal veel moeizamer dan fysiek. Als wij met anderen fysiek praten krijg je heel veel signalen die nodig zijn om goed te communiceren: je voelt aan of iemand anders een aanvulling heeft op wat jij zegt, je weet wanneer iemand anders een “natuurlijk pauze” gaat inlassen waarin jij eventueel iets kan bijdragen en non-verbaal gedrag is veel makkelijker te interpreteren omdat je iemand helemaal en in het groot ziet. Daarnaast is het digitaal snel storend als je iemand onderbreekt omdat er meestal maar “één geluidskanaal” tegelijk open staat. Dus als jij iets gaat zeggen, dempt de computer voor iedereen automatisch het geluid van de ander. Dit heeft tot gevolg dat digitale communicatie langzamer en minder natuurlijk verloopt. Dit maakt dat thuis werken vaak minder voldoening geeft of minder efficiënt is. Anderzijds vind ik digitaal vergaderen voor veel vergaderingen wel een uitkomst, zolang het niet een vergadering is waarin je echt een discussie wilt voeren met elkaar.

Hoe ervaart u de technische kant van online onderwijs?

Technische toepassingen in het onderwijs kunnen heel behulpzaam zijn en dit was natuurlijk ook al zo voor de periode van online onderwijs. Het vraagt wel goed gebruik, anders is het eerder storend dan dat het helpt. Deze balans is bij online onderwijs nog belangrijker geworden. Dat betekent dat je als docent heel goed van te voren moet bedenken wat het doel is van je college, welke vorm hier het beste bij past en welke tools of programma’s hier het beste bij aansluiten. Lastig is dat eigenlijk geen enkel programma of tool perfect aansluit bij wat jij als docent zou willen. Zo vind ik breakoutrooms via Kaltura heel fijn om te gebruiken, maar kost het handmatig studenten in groepen indelen veel tijd. Daarnaast is de groepsindeling niet flexibel. Zo kan je studenten random toewijzen aan groepen, maar deze random toewijzing is elke keer wel hetzelfde en je kan niet makkelijk wisselen tussen een random toewijzing en stabiele subgroepjes die je regelmatig terug wilt laten komen. Een ander lastig punt is dat wij mensen controlfreaks zijn. En bij techniek geef je die controle uit handen. Dit voelt niet fijn en het gaat ook regelmatig mis. Dan werkt het toch niet zoals je had verwacht of komen er technische problemen bij kijken die niets met de inhoud van je onderwijs te maken hebben. Bijvoorbeeld een student die niet in MS teams kan komen of niets kan horen van wat er wordt gezegd. Op dat moment wil je de student helpen, maar je onderwijs loopt ook gewoon door.

Hoe vaak bent u fysiek ongeveer op de Universiteit Leiden?

Sinds de zomer ben ik één dag en nu twee dagen in de week op de universiteit. Ik heb 3 jonge kinderen thuis (van 1.5, 3.5 en 5.5 jaar) en dat is onrustig. Ik kan hen de hele dag door horen en ze lopen ook wel eens binnen. Daarnaast is het voor hen ook moeilijk te begrijpen dat mama thuis is maar er niet voor hen is. Daarom werk ik op ‘papadag’ op de universiteit.

Gaat uw voorkeur uit naar online les of naar fysiek les, en waarom?

Waarschijnlijk voelen jullie hem al aankomen, maar vol overtuiging zeg ik “fysiek les”. De kwaliteit onderwijs die ik fysiek kan bieden is vele malen hoger dan via online onderwijs. Alle dingen t.a.v. communicatie die ik hierboven heb gezegd gelden ook voor studenten. Via interactie leer je het beste. Onderwijs heeft bij mij dan ook een hoog interactief element. Omdat die interactie online zoveel trager en moeizamer verloopt gaat daarmee ook de kwaliteit van het onderwijs omlaag. Daarnaast ben ik ook een docent die spontaan dingen tekent op een bord of bij individuele studenten of kleine groepjes op papier. Met een online pen ben ik daar toch iets onhandiger in, waardoor ik dit minder doe. Ook vind ik het belangrijk dat studenten allemaal betrokken zijn bij het onderwijs. De ene student zegt nu eenmaal meer dan de andere en iedereen mag een dag hebben waarop die even niet zo’n zin heeft om actief betrokken te zijn, maar je wilt wel dat je alle studenten ziet en de kans geeft om betrokken te zijn. Bij online onderwijs is dit lastiger en krijgen vooral studenten die een vraag stellen de aandacht. Ten slotte geef ik ook invulling aan mijn onderwijs op basis van de “sfeer in de les”. Als ik merk dat studenten uitzoomen of ze overleggen veel over iets binnen de cursus of juist over een andere cursus spring ik daar op in. Hetzelfde geldt voor discussie in kleine groepjes. Bij online onderwijs is dit zeker ook mogelijk, maar je krijgt niet mee welke thema’s er in alle groepen spelen. Je kan enkel als docent bij één groepje in de breakoutroom gaan zitten en dan ben je ook direct heel erg aanwezig. Zijlings meeluisteren op wat voor manier het gesprek plaats vindt of wat veelbesproken thema’s zijn is hierbij niet mogelijk. Ook dit beïnvloedt de kwaliteit van je onderwijs.

Zijn er volgens u verbeteringen omtrent de inrichting van het online onderwijs ten overstaan van blok vier vorig jaar, en welke zijn dat dan?

Ja en nee. In blok 4 moest iedereen natuurlijk halsoverkop omschakelen naar online onderwijs. Dit was voor iedereen nieuw en je roeit met de riemen die je hebt. Nu hebben we meer ervaring met online onderwijs en gelukkig ontwikkelen programma’s zoals MS teams nog steeds hard met ons mee. Anderzijds moet ik helaas ook nee zeggen: zoals uit mijn vorige punt blijkt vind ik dat ik kwalitatief online minder goed onderwijs kan geven dan fysiek. Wil je toch dezelfde kwaliteit onderwijs kunnen leveren dan moet het hele onderwijs omgegooid worden. Je moet het anders organiseren. Deels kan dit en heb ik dit ook gedaan, door bijvoorbeeld extra interactieve sessies te organiseren en binnen interactieve sessies meer gebruik te maken van breakoutrooms. Maar hier is meer voor nodig. Je zou hele rigoureuze maatregelen moeten nemen door bijvoorbeeld een keuze te maken tussen cursussen: welke cursus is echt belangrijk en hoe zorgen we dat we met die cursus de kwaliteit behalen zodat studenten echt voorbereid zijn op een volgende cursus of op de arbeidsmarkt. Dit kan betekenen dat zo’n cursus meer ruimte krijgt in het curriculum en je andere cursussen zou moeten schrappen of de studie moet verlengen met een extra jaar. Maar dit soort veranderingen zijn zo groot en hebben gevolgen op zoveel gebieden dat ze niet zomaar door te voeren zijn. Daarnaast weten we niet hoe lang we nog in de situatie van online onderwijs zitten. Daarom blijkt het ook nu nog “roeien met de riemen die we hebben”.

Welke punten van online onderwijs zou u willen behouden als fysiek onderwijs weer begint?

Ik was al een voorstander van flipping the classroom, waarbij de inhoudelijk overdracht van informatie voorafgaand aan het college plaats vindt en het college zelf vooral ter verwerking van de informatie dient. Dit heeft een boost gekregen door online onderwijs. Ik hoop dat mijn collega’s en ik nu meer vertrouwen hebben in dit concept en dit breder door gaan voeren. Daarnaast vind ik het fijn om te zien dat studenten elkaar online steeds beter weten te vinden, bijvoorbeeld via MS teams. Natuurlijk waren er al app-groepen, maar het fijne van MS teams is dat je als docent ook mee kan kijken. Zo kan je snel ingrijpen op het moment dat je merkt dat iets niet helder gecommuniceerd is of iets niet werkt en kan je voorkomen dat er te lang onduidelijkheid blijft of studenten gefrustreerd raken.

Bedankt Hinke Endedijk voor dit kijkje in uw werk als docent aan de Universiteit Leiden. Wij hebben een veel beter beeld gekregen van de werkzaamheden van docenten en alles wat daarbij komt kijken. Het is een lastige periode voor iedereen en we moeten ons allemaal aanpassen.

Dan geven wij vervolgens het woord aan Daisy Smeets, universitair docent binnen Forensische gezinspedagogiek en jeugdhulpverlening, Pedagogische Wetenschappen.

Wat zijn de grootste veranderingen omtrent uw werksituatie door de maatregelen tegen het Corona virus?

De grootste en waarschijnlijk meest voorspelbare verandering is het thuis werken. En natuurlijk het online geven van onderwijs.

Hoe ervaart u het thuiswerken?

Ik denk dat thuis werken verschillende voordelen heeft, die iedereen wel herkent. Denk bijvoorbeeld aan de reistijd die nu wegvalt (voor mij was dat twee maal 50 minuten fietsen richting Leiden). Ik heb thuis een fijne werkplek, daar ben ik heel blij mee. Ik zit achter mijn bureau op zolder en kan mijn spullen aan het eind van de dag dus gewoon laten liggen zonder dat ze in het zicht liggen. Daarmee kun je werk en privé wat meer gescheiden houden, ik denk dat dat heel belangrijk is. In het begin van de coronacrisis, tijdens de lockdown, zat ik aan de eettafel omdat mijn kinderen ook thuis waren. Dat was al een uitdaging op zich, en alles liep continu door elkaar. Dat vergt veel energie. Gelukkig is dat nu anders; de kinderen zijn op school en ik kan thuis rustig werken. Een nadeel is natuurlijk wel dat het soms érg rustig kan zijn en je je collega’s ook alleen online spreekt.

Hoe ervaart u de technische kant van onlineonderwijs?

De technische kanten van het online onderwijs kunnen tijdrovend en uitdagend zijn – zeker omdat we hier niet op voorbereid waren. Dat gaat natuurlijk steeds beter, je leert steeds meer. Tegelijkertijd verandert alles zo snel; wanneer je methode A onder de knie hebt, is er weer een nieuwere versie B waar je je in moet verdiepen. Daar kan soms veel tijd in gaan zitten.

Hoe vaak bent u fysiek ongeveer op de Universiteit Leiden?

Ik ben nauwelijks fysiek op de Universiteit te vinden, omdat ik geen fysiek onderwijs hoef te geven en thuis goed kan werken. Toevallig was ik onlangs aanwezig omdat ik ’s middags op het academiegebouw moest zijn vanwege buluitreikingen (hoera!), dus toen werkte ik in de ochtend in Leiden. Toen heb ik ook enkele collega’s face-to-face gesproken, en dan merk je weer hoe belangrijk dat is.

Gaat uw voorkeur uit naar online les of naar fysiek les, en waarom?

Ik ben ervoor om online en fysiek onderwijs ook in de toekomst te mixen. Alléén online onderwijs krijgt niet mijn voorkeur; ik wil de studenten tegen wie ik praat graag zien, en ‘real-life’ met hen discussiëren. De dynamiek die er is tijdens een fysiek college, is online niet na te bootsen. Maar wat ik wel heb gemerkt, is dat live vragensessies, nabesprekingen van opdrachten of discussies meer diepgang kunnen krijgen wanneer iedereen vantevoren de weblectures heeft bekeken. Ik merk dat iedereen dan goed voorbereid is en dat dit kan leiden tot interessante discussies. Een voorbeeld: in het vak juridische en ethische aspecten (2e  jaars bachelor) komen allerlei kinderbeschermingsmaatregelen aan de orde. Die algemene uitleg kan prima als weblecture of kennisclip beschikbaar gesteld worden. Wanneer we dan in een live sessie een casus met elkaar bespreken, kunnen we meteen de diepte in. Een combinatie van online en fysiek onderwijs zie ik dus wel voor me.

Zijn er volgens u verbeteringen omtrent de inrichting van het online onderwijs ten overstaan van blok vier vorig jaar, en welke zijn dat dan?

In blok 4 van vorig studiejaar heb ik veel onderwijs gegeven. Wij (docenten) moesten heel abrupt ons onderwijs online aanbieden. Het was vooral tijdrovend om uit te zoeken hoe dat technisch allemaal werkt, en bovendien probeer je methoden te zoeken om interactie met studenten te stimuleren. De winst dit studiejaar is dat we kunnen leren van die eerste periode (wat werkt, wat werkt niet), en we zijn natuurlijk beter voorbereid op de situatie.

Welke punten van onlineonderwijs zou u willen behouden als fysiek onderwijs weer begint?

Zoals ik zojuist al aangaf denk ik dat weblectures of kennisclips handig kunnen zijn om algemene zaken uit te leggen, waarna we dan in een live sessie met elkaar verder discussiëren. Ik hoop dat laatste snel weer fysiek te mogen doen!

Bedankt voor deze heldere reacties! Hopelijk hebben jullie als studenten een beter beeld gekregen van de impact van corona op onze docenten van de Universiteit Leiden. Wij vonden het super interessant om te lezen.

Deze blog is geschreven door de BlogCo van 2019-2020.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *